zondag 12 juni 2011

Boek "Baltische zielen" (Jan Brokken)

Baltische zielen

Na een gevangenschap van zes jaar werd Aina Roze, de dochter van boekhandelaar Janis Roze in Riga, vrijgelaten uit een Siberische strafkolonie. Haar moeder Emma moest in Siberië achterblijven. Ze vertikte dat. Haar twintigjarige dochter was door de dwangarbeid sterk verzwakt, ze wilde haar vergezellen. Emma ontsnapte en reisde met haar dochter mee. De vrouwen legden duizenden kilometers af, verstopt in treinen en vrachtwagens, of lopend. Toen ze Letland ten slotte bereikten, moest Emma onderduiken. Elf jaar lang diende ze als huishoudster bij een professor in Riga. De kinderen van haar zoon wisten niet wie ze was en spraken haar aan met ‘tante’. Pas in 1959 durfde ze te zeggen: ‘Wees nu maar aardig voor me, ik ben jullie oma.’

De verbijsterende geschiedenis van de familie Roze is een van de tientallen verhalen die Jan Brokken optekende. Van 1999 tot 2010 zocht hij in Estland, Letland en Litouwen naar levensgeschiedenissen. Baltische zielen geeft een onthutsend beeld van de twintigste eeuw, met al zijn illusies, desillusies, doctrinaire twisten en waanzinnige moordlust.

Beroemdheden en gewone stervelingen wisselen elkaar af in Baltische zielen. Marcus Rothkowitz uit Daugavpils, de latere schilder Mark Rothko. En Ilja Sundelevitsj, die Tallinn moest verlaten en twintig jaar later naar Estland terugkeerde. De beeldhouwer Jacob Lipchitz uit Litouwen. En Loreta Asanaviciuté, die in 1991 door een Russische tank werd overreden. Roman Kacew uit Vilnius, de latere schrijver Romain Gary/Emile Ajar. En Herman Simm, die zijn land, het onafhankelijke Estland, verraadde. De filosofe Hannah Arendt uit Königsberg. En Liselotte barones Von Wrangel, die verbannen werd naar Hitler-Duitsland.

In Estland reconstrueert Jan Brokken de lange weg naar de vrijheid die de componist Arvo Pärt aflegde. In Riga realiseert hij zich welke titanenstrijd de violist Gidon Kremer met zijn vader leverde, die gebukt ging onder de dood van vijfendertig familieleden in de concentratiekampen.

Reizend door het heden, door jonge, trotse, onafhankelijke landen, ziet Jan Brokken schimmen uit het verleden opdoemen. Hij laat zien hoe afschuwelijk maar ook hoe bijzonder mensen kunnen zijn. In geen van zijn boeken komt zoveel geweld voor als in Baltische zielen, in geen van zijn boeken komt de lezer zoveel tederheid en lotsverbondenheid tegen.

Het boek "Scheepsjournaal" van Cees Nooteboom (Boeken VPRO 120611)

 


Scheepsjournaal

Cees Nooteboom reist per schip van Mauritius en Réunion naar Zuid-Afrika, en dan weer van Valparaíso via Kaap Hoorn naar Montevideo en over de weg door het noorden van Argentinië naar Bolivia. Andere reizen voeren hem naar de noordelijkste stad op aarde (Kirkenes) en de zuidelijkste (Ushuaia), naar India en het tropische noorden van Australië, waar in 1942 een Nederlands Pearl Harbor heeft plaatsgevonden, een nu bijna vergeten oorlogsdrama. Jorge Luis Borges, Juan Carlos Onetti, Pablo Neruda: zijn reizen zijn doortrokken van literatuur en geschiedenis. Als hij scheepgaat in Zuid-Amerika denkt hij onvermijdelijk aan Slauerhoff: ‘Vanaf het dek moet hij dan, net als ik nu, de langzaam oplopende hellingen van de stad gezien hebben, met ver daarachter de witte toppen van de Andes.’

Cees Nooteboom voert in Scheepsjournaal de lezer op unieke en intieme wijze mee naar de meest uiteenlopende plekken op de wereld.

Cees Nooteboom

Den Haag, 1933

Cees Nooteboom is een zeer veelzijdig auteur. Hij heeft niet alleen verschillende romans op zijn naam staan, maar ook meerdere dichtbundels en essays. Het reisverhaal is echter het genre waar Nooteboom zich in het bijzonder in heeft  gespecialiseerd. Met zijn vele reisbundels en reisverhalen heeft hij in de loop der jaren veel lof geoogst; zowel nationaal als internationaal.

Romans
In 1955 debuteerde Nooteboom met zijn roman Philip en de anderen. Voor dit boek ontving hij de Anne Frank-prijs. In de loop der jaren worden er verschillende andere romans van Nooteboom gepubliceerd, onder andere De koning is dood (1961) en De ridder is gestorven (1963). Zijn echte doorbraak bij het grote publiek vindt plaats met de roman Rituelen (1980). Latere romans van Nooteboom zijn onder meer Allerzielen (1998) en Paradijs verloren (2004).

Dichtbundels
Het poëziedebuut van Nooteboom vindt plaats in 1956. In dat jaar wordt De doden zoeken een huis gepubliceerd. Later volgen bundels als Gemaakte gedichten (1970) en Aas (1982).

Reisverhalen

Het oeuvre van Nooteboom bestaat voor het grootste deel uit (bundels met) reisverhalen. Al aan het einde van jaren vijftig begint hij met schrijven van (journalistieke) reisverhalen voor onder meer Elsevier. Bekende reisbundels van Nooteboom zijn Een avond in Isfahan (1978), Berlijnse notities (1990) en De koning van Suriname (1997). In 2010 kwam hij na een aantal jaar met een nieuwe bundel met reisverhalen, Scheepsjournaal